• Document: De Essenties van forensisch DNA-onderzoek. 7 Interpretatie van DNA-bewijs II
  • Size: 609.7 KB
  • Uploaded: 2018-12-08 14:46:25
  • Status: Successfully converted


Some snippets from your converted document:

NEDERLA NDSFORE NSISCHIN STITUUT De Essenties van forensisch DNA-onderzoek 7 Interpretatie van DNA-bewijs II o nv o l l e d i g e D N A - p r o f i e l e n en DN A - m e n g p r o f i e l e n Brontekst 7 © 2007 Nederlands Forensisch Instituut Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Nederlands Forensisch Instituut. Voor meer informatie Nederlands Forensisch Instituut (NFI) Bezoekadres Laan van Ypenburg 6 2497 GB Den Haag Telefoon (070) 888 66 66 Fax (070) 888 65 55 Frontdesk Telefoon (070) 888 68 88 Postadres Postbus 24044 2490 AA Den Haag Emailadres EssentiesDNA@nfi.minjus.nl De Essenties van forensisch DNA-onderzoek - versie 3, september 2007 2 Brontekst 7 Inhoudsopgave Onvolledige DNA-profielen 4 Formuleren van de conclusie bij onvolledige DNA-profielen 6 DNA-mengprofielen 7 De zeven stappen voor het interpreteren van DNA-mengprofielen 7 Verschillende situaties 10 (I) DNA-mengprofiel van twee personen 10 A-1 Te herleiden: één (cel)donor is bekend 10 DNA-onderzoek van spermasporen (kader) 11 A-2 Te herleiden: een DNA-hoofdprofiel en een DNA-nevenprofiel 13 B Niet te herleiden: geen enkelvoudig DNA-profiel af te leiden 14 (II) DNA-mengprofiel van minimaal twee personen 15 Analyseren van een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen 16 Een persoon uitsluiten als celdonor 16 Resultaat ongeschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek 16 Zwak aanwezige DNA-kenmerken (kader) 17 Statistische bewijswaarde van niet te herleiden DNA-mengprofielen 17 Inclusiekans 17 Likelihood ratio methode 18 De likelihood ratio: het DNA-bewijs in de context van de zaak (kader) 20 Geen DNA-profiel 23 LCN DNA-analyse 24 Minimale sporen 24 Bijkomende gevolgen LCN DNA-analyse 24 Uitvoering 26 Interpretatie 26 De Essenties van forensisch DNA-onderzoek - versie 3, september 2007 3 Brontekst 7 Interpretatie van DNA-bewijs II onvolledige DNA-profielen en DNA-mengprofielen Voor het vaststellen van de herkomst van biologisch sporenmateriaal maakt het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gebruik van de DNA-technologie, die er op is gericht DNA-profielen te verkrijgen van celmateriaal. DNA-profielen kunnen een zeer sterke aanwijzing geven over de herkomst van een biologisch spoor. Wanneer er weinig celmateriaal aanwezig is, of het celmateriaal is van slechte kwaliteit, dan resulteert het forensisch DNA-onderzoek vaak in onvolledige DNA-profielen. Een spoor kan ook celmateriaal van meer dan één persoon bevatten. Uit DNA-onderzoek van dergelijke sporen worden over het algemeen DNA-mengprofielen verkregen. Onvolledige DNA-profielen DNA-onderzoek van een spoor resulteert niet altijd in een volledig DNA-profiel (zie illustratie 1). Dit is met name het geval bij sporen die heel weinig DNA bevatten, of waarvan het DNA - deels- is afgebroken. Ook verontreinigingen in het spoor, die remmend werken op de technieken die voor het DNA-onderzoek worden gebruikt, kunnen tot gevolg hebben dat onvolledige DNA-profielen worden verkregen. Wanneer niet alle DNA-kenmerken van de onderzochte loci zijn te bepalen, dan levert dit een onvolledig DNA-profiel op (ook wel aangeduid als partieel DNA-profiel). Een onvolledig DNA-profiel is minder zeldzaam dan een volledig DNA-profiel. Zo is een onvolledig DNA-profiel van bijvoorbeeld zes DNA-kenmerken (van drie loci) minder zeldzaam dan een volledig DNA-profiel dat twintig DNA-kenmerken (van tien loci) bevat. Immers, er zullen meer mensen zijn die deze zes DNA-kenmerken hebben, dan die al de twintig DNA-kenmerken hebben. De bewijswaarde van een onvolledig DNA-profiel is daarom minder groot dan van een volledig DNA-profiel. De berekende frequentie van voorkomen van een onvolledig DNA- profiel is afhankelijk van het aantal DNA-kenmerken (pieken) waaruit het onvolledige DNA- profiel bestaat en van de frequentie van voorkomen van deze DNA-kenmerken. Over het algemeen geldt dat van een kleine hoeveelheid DNA, of van DNA van slechte kwaliteit niet alle DNA-kenmerken zijn te bepalen. Dit resulteert in een onvolledig DNA-profiel met een hogere frequentie van voorkomen en dus een lagere bewijswaarde dan in het geval van een volledig DNA-profiel. Ondanks dat niet van alle onderzochte loci de DNA-kenmerken zijn vastgesteld, kan ook met een onvolledig DNA-profiel van een spoor iemand als celdonor worden uitgesloten. Dit gebeurt als diens DNA-kenmerken niet gelijk zijn aan de desbetreffende DNA-kenmerken van de loci die wel vastgesteld konden worden in het onvolledige DNA-profiel. De Essenties van forensisch DNA-onderzoek - versie 3, september 2007 4 Brontekst 7 Volledig DNA-profiel van spoor S

Recently converted files (publicly available):